14.8.17

Kleurenblind

Het interview met Iris van Lunenberg in de Volkskrant van vandaag is voor mij een enorme verademing. Eindelijk lees ik over een bruine vrouw, die amper racisme meemaakt. Ik denk direct, dat het toch niet zo kan zijn, dat zij de enige bruine persoon is in Nederland, die aan deze narigheid ontkomt. Het is prettig om uit haar mond te horen, dat haar kleurgenoten vaak zelf vooroordelen hebben als het gaat om gemengde relaties of de zogenaamde 'witte' onderwerpen waar zij over schrijft. "Hoezo kan een onderwerp 'wit' zijn?" vraagt ze zich af.

Donker, blank, wit, zwart...het zijn voor mij woorden die er in feite niet veel toe doen, behalve dat ik de donkere huid het liefst zou duiden als 'bruin' in allerlei facetten. Blank is ook geen juiste aanduiding voor de westeurpese huidskleur. Bij mijn acrylverf staat een potje 'poeder roze', waarvan een veeg op mijn hand niet zou opvallen. Ik houd het dus op bruin en roze, net als het 'pinkskin' van de Andorians in Star Trek. Misschien is het de schilder in mij die, als ik dan toch kleuren moet duiden, van een juiste kleuraanduiding houdt. Ik doe niet veel aan dat benoemen, omdat de kleur van de huid, net als de vacht van een hond of kat, vrijwel niets zegt over het zoogdier in kwestie. Is een zwarte kat liever dan een witte? Hooguit geeft de tekening aan, tot welk ras hij behoort, maar dan nog zegt het niets over zijn intelligentie en zijn karakter.

'minder kans op huidkanker'

    Een bruine huidskleur van mensen is voor mij niet meer dan een bruine huidskleur. Ik kan me niet voorstellen, dat welk mens dan ook op deze wereld anders is dan ik. Natuurlijk, uiterlijken verschillen, culturen verschillen, religies verschillen. De een is hoogbegaafd, de andere heeft een verstandelijke beperking en daar tussenin zijn alle grijswaarden te vinden. Met het 'anders zijn' bedoel ik de 'ik' van de mens in het algemeen. Ieder mens op deze wereld heeft dezelfde behoefte, namelijk een goed leven. Voedsel, een woning, werk, familie en vrienden, veiligheid, respect en perspectief.
    Een roze mens vindt het niet leuk aangevallen te worden op zijn voorliefde voor een bruine partner. Het is namelijk vaak zo, dat mensen juist dat mooi vinden wat ze zelf niet zijn. Omgekeerd geldt hetzelfde. Het is niet voor niets, dat blonde meiden tijdens hun vakantie de avances van de donkerder zuiderlingen niet kunnen weerstaan. Het is zo verschrikkelijk simpel en daarom zo ontzettend jammer dat hier allerlei andere argumenten achter gezocht worden. Dan galoppeer je voorbij aan de biologische factoren die meespelen in het kiezen van een partner, hetgeen zich in eerste instantie via het oog afspeelt: aantrekkelijk of niet? Vermenging heeft in de evolutie vrijwel altijd geleid tot sterkere soorten met meer mogelijkheden om gevaren te doorstaan. Zo zou je alleen al kunnen stellen, dat het kind van een bruine man en een roze vrouw minder kans op huidkanker heeft dan de moeder. Natuurlijk heeft de voorkeur voor dat wat je zelf niet bent een reden in de evolutie van de mens. We zoeken onbewust altijd naar een versterking en verbetering van ons soort, die door vermenging van genen plaatsvindt. En iedereen weet dat inteelt, in afgelegen gebieden en op eilanden, niet bevoorderlijk is voor het nageslacht. Denk alleen al aan genetische afwijkingen.

'waarom het voortdurend benoemen van kleuren?'

    Het interview met Iris bevestigt mijn idee, dat het met racisme in Nederland wel meevalt. Wij zijn ook al zo lang gewend aan bruine mensen in onze samenleving. Maar waarom dan nog steeds die enorme discussie, die klachten, de pietenpraat, het voortdurend benoemen van kleuren? Gaat het überhaupt wel om kleur of gaat het om iets heel anders? Speelt er niet hoofdzakelijkheid een minderwaardigheidsgevoel in plaats van een meerderwaardigheidsgevoel, dat stamt uit vroeger tijden?
    Ik leef temidden van een netwerk, waarin kleur geen enkele rol speelt en discriminatie niet voorkomt. Mensen die over de hele wereld hebben gereisd, die wonen of gewoond hebben in landen waarin hun eigen kleur een uitzondering was. Waar die ook vaak voor problemen zorgde, omdat dat roze gelijk lijkt te staan met 'rijk'. Dat ervaar ik in Turkije zelfs al. Kan dat ook worden bestempeld als een vorm van discriminatie of moet ik dat uitleggen aan de hand van de koers van de euro? Ben ik, omdat ik roze ben, per definitie een islamhater of een heiden? Ben ik moraalloos en wars van andere culturen, zedenloos, respectloos? Moet ik worden gelijkgesteld met westerse vrouwen die topless op een islamitisch strand gaan liggen? Ik word voorgelogen door Turken, die prijzen verdubbelen, artikelen peperduur verkopen als echt merk, zeggen dat de turkse koffie die ik koop dure espressokoffie is, de huur van mijn huis binnen een week met 30% verhogen, die mij maanden van het kastje naar de muur sturen met nonsens over een verbroken internetverbinding en noem maar op. Ik ben de Hollander die ofwel rijk is of niet belangrijk, ook al betaal ik trouw de service. Is het iets dat bij de slimme handelsgeest van dit land hoort of is het specifiek gericht op mij als roze allochtoon? Deels. Er zijn nou eenmaal mensen die deugen en mensen die niet deugen, ongeacht hun huidskleur of komaf. Ik kom meer Turken tegen die uiterst behulpzaam zijn, hartelijk en eerlijk.

'homo erectus, alleen dat onderscheidt hen van een aap'

    De aandacht van de media in Nederland is vooral gevestigd op problematiek. Kranten moeten vol, iedere dag weer, en internet moet steeds verversen. Bovendien moet ieder nieuwsmedium aandacht besteden aan dezelfde items, om niet buiten de boot te vallen. Lezers verwachten telkens veel nieuws, waar ze lekker voor kunnen gaan zitten. Journalisten en columnisten schrijven zich een slag in de rondte, telkens met herhalingen (Trump: president van Amerika en onderzoek naar Rusland connecties, Kim Jong-Un: president van Noord-Korea en superdwaas die..., Erdogan: potentaat sinds de coup die... alsof de lezer het geheugen heeft van een goudvis). Staan er tien mensen te protesteren tegen iets, dan wordt het breed uitgemeten in het nieuws en kunnen we een maand lang de feiten volgen en de opinie tot ons nemen. Wat klein kan blijven, wordt tot enorme proporties opgeblazen door de herhaalde aandacht. Dat geldt ook voor racistische voorvallen, of voor zaken die zo worden uitgelegd. Ruzie tussen roze en bruin is per definitie van racistische aard, al zou diezelfde ruzie ook tussen roze en roze kunnen plaatsvinden. Eén verkeerde politieagent die een bruine BN'er verdenkt van het stelen van zijn eigen auto wordt onmiddellijk geïdentificeerd met een heel corps. En voilá, de hele discussie gaat weer een maand over verkeerde politie.
    Respect. Mensen met een fatsoenlijk brein respecteren andere mensen, ongeacht hun voorkomen, hun afkomst, hun nationaliteit, hun intelligentie, hun geloof. Zo'n mens mag zich homo sapiens noemen. Mensen die daarvan gespeend zijn, mag men wat mij betreft uitschelden voor homo erectus, het enige wat hen onderscheidt van de aap.

13.8.17

Ik ben een mier

Mijn mieren zijn heel klein. Hun voedsel is nog kleiner. Zo klein, dat ik het met een leesbril zelfs niet kan zien. Mijn vaatdoekje gaat iedere keer trouw over het aanrecht, maar laat kennelijk toch bergen voer achter, want 's morgens krioelt er een zwart pad ergens vandaan, ergens naartoe. Zelfs de kraan spoelt in de gootsteen niet alles weg wat eetbaar blijkt en het grondig omspoelen van mijn thermosbeker heeft geen enkele zin.
    Deze microwereld waarmee ik ieder dag word geconfronteerd is me gaan fascineren. Ik haat het om dieren te doden, dus spoel en poets ik alleen weg wat de mieren zo intrigeert. Het pad verdwijnt dan vanzelf. Daarmee beperk ik het aantal verzopen en platgedrukte lijkjes en mijn geschuldgevoel. Wie was er immers eerder in dit huis, zij of ik? Aan de andere kant, zonder mij hadden ze hier weer niets te zoeken.
    Ik stel me voor een pionier mier te zijn, zo eentje die mijlen afloopt op zoek naar onzichtbaar voer en, als het eenmaal is gevonden, zijn familie de weg wijst.



Ineens dondert er een berg water ter grootte van een enorm boomblad, door cohesie opbollend, voor mijn neus neer. Ik kan mijn pad niet meer vervolgen en zoek naar een weg eromheen. Het was dit keer een zware plens. Ze waren wel eens groter, maar meestal zijn ze slechts een suikerkorrel groot. De vorige keer werden mijn achterpoten nat, maar ik wist te nauwernood te ontsnappen. Ik vraag me dan weer af, waar die plens vandaan komt, maar kan het antwoord er niet op vinden. Het is nou eenmaal zo. Net als dat enorme gele monster dat laatst vanuit het niets op mijn wereld kwam vallen. Ik kon het ontwijken, mijn maatje helaas niet.
    Mijn wereld zit niet alleen vol enorme angstige gebeurtenissen die niemand kan verklaren, ook van de mooie begrijpen wij niets: brokken vlees, die plotseling neerdonderen of een suikerbui! Wij slepen mee wat eetbaar is en stellen maar geen vragen meer. Daar ver boven ons, ver buiten ons gezichstveld, in de oneindige verte, spelen zich zaken af die ons brein niet kan bevatten. Soms tilt iets ons op, soms vliegen we mijlen ver door de lucht om toch op onze poten terecht te komen, een andere keer worden we zonder het te vragen van de verdrinkingsdood gered en donderen kleddernat en zeer beduusd, maar zielsgelukkig neer.
    Meestal gaat alles goed, soms gaat het goed fout. We maken ons er niet meer druk om, omdat alles om ons heen in een fractie van een seconde kan veranderen. Wat heeft het voor zin om je druk te maken om iets wat je niet in de hand hebt? Wij hebben geleerd hoop te hebben en een soort vertrouwen dat ons niet zal overkomen, wat de minder fortuinlijken overkwam. Het is ons lot, de onzekerheid en de onwetendheid. Wat zich daarboven afspeelt is niet en nooit te bevatten. Het is een raadsel, dat zich wellicht ooit zal openbaren als wij er voorgoed door worden opgeslokt. 

12.8.17

Gender neutraal??


Ik vrouw, mijn man man. Mijn kinderen vrouw en vrouw. Mijn ex man. Mijn zus vrouw. Haar man man. Ik ken geen genderneutalen. Flink gezocht in mijn vriendenkring...niet gevonden. Twee mogelijkheden: ik ben hopeloos ouderwets en heb nog geen genderneutralen in mijn vriendenkring of  ze bestaan helemaal niet! Jawel, ik loop wel eens op straat en zie dan een vrouw, die verdacht veel op een man lijkt, erg kort haar, geen make-up, mannelijke kleding, nogal stoere gelaatsttrekken, maar dan zie ik toch nog ergens iets opbollen boven de maag en weet ik dat het een vrouw is, al wil ze er zelf niet zo uitzien.
    Ik ben tot de conclusie gekomen, dat áls er genderneutralen bestaan, ze niet voor het opscheppen liggen. In mijn 60jarige leven heb ik er nog geen een ontdekt. Ik vraag me daarom af, waarom er wc's voor hen moeten worden geschapen. Ik ken wel homo's, maar dat zijn duidelijk mannen en vrouwen, die ook naar die toiletten gaan. Ik ken hele vrouwelijke homo's en hele mannelijkse homo's, terwijl ze soms de andere sekse hebben, maar afhankelijk van hun geslachtsdelen gaan ze naar de toiletten die beschikbaar zijn. Ik weet ook van uiterlijk prachtige vrouwen die piemels hebben, maar als die op het toilet zitten (of ervoor staan), dan is dat achter de gesloten deur van het toilet en kan het me geen bal schelen of ze pissen als vent of als wijf. Dat is helemaal hun zaak. En als een man geen piemel heeft, dan lijkt het me moeilijk om een pissoir te beklimmen, dus zal hij achter een gesloten deur zijn behoefte doen. Het kan me dan ook geen flikker (haha) schelen of dat een grote of kleine boodschap is.
    Twee alinea's verder ben ik dus nog niet gestuit op een wezenlijk probleem dat genderneutrale toiletten nodig maakt. Ik zou bijna zeggen, dat zo'n toilet niet erg raadzaam is, want als een man, die zich als vrouw profileert dan dat toilet inloopt, weet je direct dat het eigenlijk geen vrouw is. Dat geldt ook voor de vrouw met de piemel. Kom je uit zo'n toilet, dan weet je meteen dat die vrouw een piemel heeft. Zit zij daar zelf op te wachten? Denk ut nie! Grote kans dat er een idioot rondloopt die meteen stennis maakt. Want dat soort mensen heb je: van die types die denken dat God alles in de peiling had, toen hij creëerde. Flauwekul natuurlijk, maar zie het maar eens uit die bekrompen hoofden te krijgen.
    Nou is mijn toilet thuis wel genderneutraal. Teveel vind ik. Er zou een pissoir moeten komen, zodat die piemels niet meer de volledige omgeving bespatten. De narigheid is namelijk, dat ik als vrouw des huizes die smeerzooi altijd moet schoonmaken. Dus wat ik vrouwen met piemels aanraad is, om wel te gaan zitten tijdens het plassen. Dat is voor mij een stuk prettiger. Mannen zonder piemels zijn natuurlijk geen probleem, die moeten wel zitten. Als die blijven staan, dan is het hek van de dam, maar dat weten ze zelf ook. Ze zijn niet achterlijk, niet idioot, niet verkeerd en niet smerig. Ze zijn gewoon in een verkeerd jasje geboren. Gelukkig is dat mij niet overkomen. Dat heeft me veel ellende bespaard. Ik speelde wel met poppen enzo, maar ik vond mecano nog veel leuker. Mijn vader vond dat prima, want zijn zoon bakte er niets van. Die gebruikte de lange latjes als afscheiding voor de weg voor zijn dinkytoys, als de knijpers op waren.
    Ik vind wel, dat het gezeik (we hebben het toch over pissen) over die genderneutrale toestanden eens afgelopen moet zijn. Steeds weer komt er iemand met zo'n invoelend jank verhaal, waarbij dan foto's worden geplaatst die ik helemaal niet kan plaatsen. Hoerig verkleede mannen of travestieten, alsof iedere transseksueel (want om hen gaat het toch?) een soort kermisattractie is. De meesten willen volgens mij niet opvallen, want ik zie ze nooit! Misschien heb ik toch wel een transgender in mijn vriendenkring, je weet nooit, maar dan een die zo vrouwelijk of mannelijk is, dat het me nooit is opgevallen! Ach, wat kan het schelen! Het gaat mij om de mens, niet om wat zhij (oorspronkelijk) was, maar dat zhij (zag is laatst ergens geschreven, mooie vondst!) aardig is en ogen heeft die niet liegen. Iedereen mag toch zelf bepalen of zhij hij of zij is?

25.7.17

Geloof het of niet, een 20% recencie

Zo nu en dan koop ik een boek via Bol.com, omdat de bijna driehonderd titels die ik van mijn dochter kreeg nogal in de vermaaksfeer zitten, maar ik hoef niet zo vermaakt te worden. Twee weken geleden kwam ik bij de e-boeken 'God als misvatting' (2006) van Richard Dawkins tegen, een argumentatie over waarom God niet kan bestaan. Omschrijving: ...is niet meer weg te denken uit het debat over geloof, godsdienst en het al of niet bestaan van God. En: ....komt Dawkins met logische verklaringen voor de meest lucratieve dwaalleer... Wouw, dat wil ik lezen!
    Als agnost zou me een beetje meer kennis van zaken wellicht over een streep kunnen trekken. En dus ging ik aan het lezen. Een ellenlang voorwoord over 'dit' boek, waarin weerlegging van de kritiek op eerdere uitgaven en de vele misvattingen over zijn argumentatie wordt gevolgd door een inleiding met een vervelende opsomming van wat ik in de volgende hoofdstukken kan verwachten, alsof ik dat al lezende niet zal bemerken.
    In het eerste hoofdstuk bepaald RD de Godhypothese van Dawkins (GHD): 'Er bestaat een bovenmenselijk, bovennatuurlijk wezen dat doelbewust het universum met alles erin, inclusief ons mensen, heeft ontworpen en geschapen'. Het is voor het eerst dat ik verneem, dat iedere gelovige op deze wereld deze hypothese aanhangt. Volgens mij is geloof net zo divers als de diversiteit van mensen op deze wereld. Blunder 1 is geschapen.
    RD doorspekt zijn tekst met 'in dit boek...', 'dit boek zal...' en '...wat dit boek...'. Kennelijk mag ik niet zelf bepalen wat de tekst met me doet, want dat kauwt RD voortdurend voor, zodat er geen misverstand kan bestaan over zijn bedoelingen en de uitwerking op de lezer, ook al benaderen zijn woorden zijn doelstellingen absoluut niet. In tegendeel, zijn argumenten zijn zo ontzettend zwak en bij vlagen infantiel, dat je juist meer in een God gaat geloven. Ergens word ik ook nog uitgemaakt voor een armoedzaaier, een lafaard, ruggengraatloos als hij het agnosticisme bespreekt.
    De armoede van het agnosticisme: Er is niet mis met mensen die een agnostisch standpunt innemen in gevallen waarin het ons ten enenmale ontbreekt aan bewijs. Dan is het zelfs een redelijk standpunt. (...) Maar hoe zit dat met het bestaan van God? (...) Dat we het bestaan van iets kunnen bewijzen noch weerleggen, wil niet zeggen dat bestaan en niet-bestaan op voet van gelijkheid staan. (...) ...de beschikbare bewijzen en redeneringen zullen hoe dan ook een inschatting van de waarschijnlijkheid van zijn bestaan opleveren die bij lange na de vijftig procent niet benadert. Daarmee zegt RD dus, dat men niet mag twijfelen aan welles of nietes als er voor een kant van een zaak meer argumenten of bewijzen te vinden zijn dan voor de andere kant. Blunder nummer 2.
    Andere blunders of blundertjes, teveel om op te noemen, gooi ik voor het gemak even op een hoop als blunder 3. RD duikt namelijk in het verleden en citeert allerlei beroemdheden uit de geschiedenis, levend in een tijd (lang) voor het Darwinisme. Ofschoon in de oudheid ook al sprake was van geloof in een verschillende vormen van evolutie, werd het woord evolueren voor het eerst in zijn huidige betekenis gebruikt in 1826. Om mensen als Anselmus van Canterbury (1078) te citeren is wel een heel beroerd gekozen strategie om de kromheid van de argumentatie voor het bestaan van God aan te tonen. Niet alleen diept hij vreemde argumentatie op uit het verleden, dat volkomen werd beïnvloed door gebrek aan wetenschap, hij somt ook nog een aantal uitspraken op van mensen in het hier en nu, die zo dom zijn, dat aan het niveau van hun intelligentie mag worden getwijfeld. Natuurlijk kan je overal in de wereld waanzin vinden als je zoekt, maar je moet langer zoeken naar slimme redenaties, die een brein doen twijfelen. Die gaat RD in zijn boek uit de weg, wellicht omdat het dan te ingewikkeld wordt om deze te weerleggen of simpelweg omdat hij ze niet kan weerleggen. Op dat moment zou zijn eigen armoedige agnosticisme aan het licht komen. Maar zaken opsommen als "God houdt van je, hoe kun je zo harteloos zijn om niet in hem te geloven? Dus God bestaat" of "De meerderheid van de wereldbevolking gelooft niet in het christendom. Dat is precies wat Satan in de zin had, dus God bestaat." is kleinzielig.
    Blunder 4 tenslotte: RD haalt kerk en geloof volledig door elkaar, ziet niet dat geloof in God een persoonlijke zaak is, waarbij de God allerlei verschillende gedaantes of vormen kan hebben. Het ietsisme lijkt hem onbekend. Natuurlijk zijn er nog altijd religies (kerken) die een conservatief Godsbeeld neerzetten, de bijbel of koran letterlijk nemen, maar er zijn er nog veel meer, die ook het geloof hebben laten evolueren tot vorm die in de 21ste eeuw beter past. Dat zijn al die persoonlijke Goden, soms met maar één volgeling, die zijn gecreëerd met de kennis van onder andere de evolutie. RD mag zijn GHD hebben bepaald, maar zo gelooft het merendeel van de gelovigen niet.
    Het is jammer, dat het boek zo infantiel slecht is, een trapperij is geworden zonder kop of staart, een verzameling citaten en meningen die hun doelmatigheid verliezen omdat ze net de plank misslaan. Het maakt in feite het atheïsme bespottelijk en dat is net zo kwalijk als het geloof in (een) God bespottelijk te maken.
    Na 120 bladzijden, zo'n 20% van het boek, kon ik niet meer verder lezen, omdat het niveau met iedere bladzijde daalde. Zonde van mijn geld. Het leert me, dat ik eerst recencies goed moet lezen voor ik weer een boek koop.



11.6.17

Mijn 'integratie'

In augustus verblijven we drie jaar inTurkije. Een vlucht uit Nederland om ons huis te gelde te maken, in feite aan de bank terug te geven, en om niet in een kartonnen doos op straat te belanden. Dat lukte. Na een jaar in een modern Turks huis te hebben gewoond verhuisden we naar een dorpje in de bergen. Dat beviel ons prima, al is het huis voor de winter nogal klein en steenkoud, zijn de deurposten zo laag, dat mijn man zijn hoofd moet buigen en verdwijnt de zon in de winter al om vier uur achter een berg.
  Ik begon direct Turks te leren, met behulp van een heus leerboek. Het is een moeilijke taal. De grammatica is voor ons erg ingewikkeld (omgedraaid) en al spreek je behoorlijk wat talen, er is geen houvast te vinden voor het onthouden van woorden. Omdat van de drie woorden die ik leerde de volgende dag minstens twee mijn hoofd al weer hadden verlaten (het kan de leeftijd zijn) kwam het leren van Turks op een laag pitje te staan. Ik probeer nu een andere manier: alles lezen wat ik op straat tegenkom en opzoeken op mijn mobiel. Als ik er dan weer langs rij of loop, herinner ik me vaak wat het betekent en anders zoek ik het weer op. Het werkt redelijk, maar tot een conversatie in het Turks leidt het nog niet. Het is de vraag, of dat nodig is.
  Toen we verhuisden adviseerde een buitenlandse ons, om vooral geen Turks te leren (of in ieder geval te doen alsof je geen woord verstaat), want voor je het weet zitten er voortdurend allemaal buurvrouwen/boerinnen op je veranda. En de gesprekken met die buurvrouwen zijn niet bijzonder boeiend voor een westerse vrouw, die is geïnteresseerd in politiek, kunst, cultuur en andere wereldse zaken. Bovendien blijf je maar thee schenken en ben je je privacy helemaal kwijt. Of dat werkelijk zo is, weet ik niet. Maar ik ben dus erg bedreven in het 'Türkçe konuşmiyorum' (Turks konuşmak=spreken mi=niet yorum=ik vorm. Een mooi voorbeeld van de ingewikkelde grammatica) en het is geen leugen. Na drie jaar kan ik met wat aan elkaar geplakte woorden me net aan in een winkel redden.
   Stel echter, dat ik inmiddels wel een aardig woordje Turks had gesproken, had ik dan Turkse vriendinnen gehad? Ik denk het niet, want onze levens verschillen zo drastisch van elkaar, dat het onderwerp van gesprek niet verder zou komen dan de koe en het kalf. In dit deel van het land is het mannen- en vrouwenleven nog steeds behoorlijk gescheiden. Mannen zitten met elkaar in het theehuis, of als zij wat moderner zijn op een terras van een café. Alleen jongere echtparen vertonen zich wel samen met de kinderen op terrasjes, maar vaak nog alleen op feestdagen. Tijdens bruiloften, die altijd in de openbare ruimte plaatsvinden omdat het hele dorp welkom is, dansen vrouwen met elkaar. Je voegt je gewoon bij een paar vrouwen en hoeft een uitdoging van een man niet af te wachten. Die komt ook nooit. Voor een westerse lijkt het of de twee seksen langs elkaar heen leven en buitenshuis geen werkelijk deel van elkaars leven uitmaken. Natuurlijk verandert alles geleidelijk onder invloed van de vele toeristen en de mensen, die vanuit de grote steden steeds vaker verhuizen naar de provincies, maar vooralsnog is het leven van de meeste mensen hier vrij traditioneel. Het is dan ook een samenleving, die voor een westers echtpaar moeilijk werkt. Maak je als paar een afspraak om een familie te bezoeken, dan is de kans heel groot, dat de man er om een of andere reden niet is en die van jou zich moet bezighouden met het vrouwengeleuter en eventueel de kinderen.
  Na drie jaar hebben wij flink wat vrienden en kennissen, maar zij zijn allemaal buitenlands. Dat komt omdat we gezamenlijke interesses hebben, een overeenkomstige opvoeding, een jeugd met dezelfde muziek, een gedeelde geschiedenis en vooral een westerse manier van leven en van elkaar onderhouden. Ik kan dus zeggen, dat wij totaal niet zijn geïntegreerd. Dat geldt voor een groot gedeelte ook voor mijn zus, die hier al decennia verblijft. De Turkse vrienden die zij en haar man hebben stammen overwegend uit zijn studententijd en wonen verspreid over Turkije. Voor de rest hebben zij ook vooral contact met buitenlanders, afgezien dan van het personeel van het bedrijf. We maken deel uit van deze samenleving op onze eigen manier.
  Gisteren realiseerden we ons echter, dat zelfs mijn zwager behoort tot het leven, dat wij niet kennen. Hij had onze huisbaas op bezoek en belde ons met de mededeling, dat die zijn huis per 1 oktober zelf weer wil hebben. Of we daarmee akkoord gaan? Daar wilden we door de telefoon, en tijdens een feestje op een boot, even geen mededelingen over doen. De zaak ligt nogal gecompliceerd. Ja maar, hij wil antwoord! Nou dat is dan fijn, maar dat moet dan maar op een ander moment. Dat begreep zwager niet.
  Nou wil het feit, dat de huisbaas eerst de huur met 30% wilde verhogen, terwijl in ons vorig contract 10% wordt genoemd. Dat de man ons beticht van ingrepen aan het huis, die niet waren toegestaan, terwijl alles met hem werd overlegd en dat wij bovendien uitgemaakt werden voor dieven, terwijl hij zelf de eerste maand van alles ontvreemde. De man is een leugenaar en dat heb ik hem gezegd. Dat kan in Turkije niet. Dan heb je het over misverstand. Net zoals een Turk je nooit in je gezicht zal zeggen dat hij het ergens niet mee eens is. Dat zegt hij via een ander, zijn zoon ofzo. Mijn zwager vindt dat normaal en mijn zwager vindt het ook normaal, dat wij ons over drie maanden het huis laten uitzetten. Mijn zwager studeert rechten, maar weet niet dat er in Turkije een een huurdersbescherming bestaat, want de gewoonte van huisbazen is zo te handelen, dus wordt dat als normaal beschouwd.
  In dergelijke situaties kan ik niet afwijken van het recht dat ik als mens weet te hebben en dus van de samenleving waarin ik ben groot gebracht. Ik stuur een brief met waarheden en leugens, ik maak zelf een contract met engelse vertaling en ik vul zelf de huurverhoging van 10% in, net als die voor het jaar daarna, 5%, want die is normaal volgens deskundige insiders. Bovendien laat ik weten niet voor een heel jaar ineens te betalen, maar de eerste drie maanden in een keer en daarna per maand. Sinds dat verdomde referendum weet je immers niet hoe het leven hier in Turkije zal veranderen. In sommige streken is een biertje nu al taboe. Bovendien willen we een huis zoeken dat niet meer op een berg staat, want het is ons 's winters te koud.
  Zo'n actie is niet normaal in dit land. Dat is hij niet gewend en dus loopt hij naar mijn zwager, in de hoop daar zijn gelijk te halen, want dat is immers ook een Turk. Ik ben erg blij, dat ik niet ben geïntegreerd in deze samenleving, want dan zou ik de huisbaas over me heen hebben laten lopen. Ik blijf de Nederlander, die heel goed in staat is voor zichzelf op te komen. Zelfs al ben ik vrouw. Want werkelijk, toen ik mijn woordje deed vroeg de huisbaas via zijn zoon, of mijn man het wel met me eens was! Ja natuurlijk! Waarom hij dan niet het woord deed?
  Wij reisden heel wat landen af, mijn man nog veel meer en verder dan ik, maar wij zullen altijd Nederlanders blijven. De landsaard zit nou eenmaal in een mens gebakken. Dat geldt ook voor al die mensen, ooit gastarbeiders of nu vluchtelingen, die in Nederland zijn komen wonen. Het is onmogelijk om de normen en waarden van je eigen land om te ruilen voor die van het nieuwe land waarin je woont. En dat geldt niet alleen voor de eerste generatie, maar net zo goed voor de volgende, omdat die immers zijn opgevoed met de waarden van hun ouders. Zolang iemand de gewoonten en gebruiken van zijn moederland respecteert, vaak gebaseerd op een geloof, en de omgangsvormen van dat land blijft naleven, zal men nooit integreren maar de samenleving alleen gedogen en er zijdelings deel aan nemen. Net als wij hier in Turkije. Een fantastisch mooi land, overwegend lieve mensen, maar wat ontzettend ouderwets en soms regelrecht wereldvreemd.